De Schleicher Baby's
Alexander
Schleicher (1901-1968)
Aan
de voet van de beroemde Wasserkuppe, “der heilige Berg des Segelfliegens”,
ligt het dorpje Poppenhausen.
Het
dorp heeft in de zweefvliegwereld een bekende klank door de zeer bekende, en
waarschijnlijk de oudste ter wereld, zweefvliegtuigfabriek van Alexander
Schleicher.
Als
zoon van een meubelmaker uit de Rhön begon Schleicher in 1927 met de reparatie
van zweefvliegtuigen. In die tijd was de Wasserkuppe het begin- en tevens
middelpunt van de opkomende zweefvliegerij en het vliegen bracht natuurlijk de
nodige ernstige en minder ernstige kraken met zich mee. De reparaties gingen dan
naar Poppenhausen, waar Schleicher jr. het grenen liever was dan het eikenhout
van de tafels en stoelen van zijn vader.
In
het begin werkte hij zonder personeel onder primitieve omstandigheden. Toch wist
hij een Zögling te bouwen. Het werd een succes. De bestellingen namen toe en
Schleicher moest tegen de zin van zijn vader, die er weinig toekomst in zag,
zijn bestaande werkplaats vergroten.
Tezelfder
tijd werd een andere meubelmaker actief in Grunau, Edmund Schneider. Hij
ontwikkelde eind jaren twintig het prototype van de Grunau Baby. Deze maakte
zijn eerste vlucht in 1931 gevlogen door Paul Steinig. Deze zou later ook de
Motor-Baby invliegen. Een jaar later volgde de productieuitvoering, de Grunau
Baby II. De opvolger hiervan nl. de IIb is in vrij grote aantallen tot medio
jaren vijftig ook bij Schleicher gebouwd.
De
Deutsche Forschungsanstalt für Segelflug (DFS) te Darmstadt draaide op volle
toeren. Tientallen vliegtuigen werden er geconstrueerd en vele daarvan gingen
bij Schleicher in seriebouw. Schneiders SG-38 sololeskist werd door Schleicher
in grote aantallen gebouwd en is bij vele Duitse clubs in gebruik geweest.
Na
de Tweede wereldoorlog maakte de sololesmethode plaats voor de zgn. DBO methode.
Ook Schleicher verzette de bakens, door zich te verzekeren van de medewerking
van Ing. Rudolf Kaiser. Vele ontwerpen kwamen van zijn tekentafel zoals de K1,
K2 “Rhönschwalbe”, de tweezitter K4 “Rhönlerche” en de wereldberoemde
“Rhönsegler” zoals de K6 werd genoemd.
Thans
bouwt men bij Schleicher alleen nog maar kunstofzweefvliegtuigen, die stuk voor
stuk een grote aftrek hebben bij de zweefvliegers in de hele wereld.
De
KNVvL betaalde voor de 10 Baby’s in 1955
ƒ5900, - per stuk.
PH-212
Grunau
Baby IIb gebouwd bij Schleicher. Wn.
91.zie de "Overlevenden"
PH-213
Grunau
Baby IIb gebouwd bij Schleicher. Wn.
92.zie de "Overlevenden"
PH-214
Grunau
Baby IIb gebouwd bij Schleicher. Wn.
93.zie de "Overlevenden"
PH-215
Grunau
Baby IIb gebouwd bij Schleicher. Wn.
94.
Op
17.08.55 werd het vliegtuig ingeschreven en ging in gebruik bij de
West-Brabandse Aero Club. Schadegeval op 14-8-65 bij NNAC Avio Eelde. Huur in
1972 ƒ1250, -. Tax waarde ƒ1750, -. Op 10.07.73 gaat het vliegtuig naar de
Zweefvliegclub Texel. 23 juli 1975 wordt de inschrijving doorgehaald.
Deze Baby
is verkocht naar Duitsland waar het onder de registratie D-7215 vloog. Eigenaar
was H.H.von Hövel en was gestationeert op Flugplatz Charpey. Thans, 2002, zijn
de eigenaren Hermann Kardehoff, Jan Snyders, Otto Seidl en Heinz Peter. Zijn
hebben de Baby een groot onderhoud gegeven en vliegt nu onder kenteken D-0065
PH-216
Grunau
Baby IIb gebouwd bij Schleicher. Wn. 95. 'Prüfung am 7.6.1955' door Ing W.
Gilges uit Gersfeld/Rhön.
Het
vliegtuig was uitgevoerd met een 'Einheidsring-kopplung' in de neus en een
zwaartepunt haak “nach Hollandische Zeichnungen”. Het toestel werd
afgeleverd zonder instrumenten en was bestemd voor
ZC Ilustrius te Gilze Rijen.
Op
31.7.55 werden 7 testvluchten gemaakt t.b.v. het BVL. In het dagboek van dit
vliegtuig gaan deze testvluchten door tot 21 augustus. Er zijn dan 54 starts
gemaakt en 15 uur en 29 minuten gevlogen.
Op
4 september 1955 wordt de eerste overlandvlucht gemaakt. In 1 uur en 10 minuten
naar Almkerk. De naam van de piloot is onbekend.
In
1957 ging het vliegtuig naar Venlo. Hij had toen 947 starts gemaakt en 183,13
uur gevlogen. Op 9-11-1959 werd het toestel opnieuw bekleed en gespoten.
Op
2-7-1960 een schademelding: “Tijdens de uitloop in de landing, met de
linkervleugel tegen de Gö4 gebotst”. De linker vleugelneus tussen rib 11 en
14 was ingedeukt. De reparatie werd door de club zelf gedaan onder toezicht van
de heer H. L. Wiertz. Hoe de Gö4 er het heeft afgebracht wordt niet vermeld.
Tot 1962 gingen de leden van de VZC
er 35 keer meer overland. Hiervan waren 6 vluchten langer dan 100 km. De langste
staat op naam van Bertels, hij vloog naar Woensdrecht in 4 uur en 14 minuten.
Een afstand van 134 km.
Begin
1964 ging hij in eigendom over van de KNVvL naar de Venlose Zweefvliegclub. In
1965 werd het toestel door de clubtechnicus de heer Wiertz gewogen. Het toestel
woog toen 13 kg meer dan bij aflevering bij Schleicher n.l. 173 kg (160,2 kg) Na
flink rekenwerk mocht de Baby weer vliegen maar wel met 4 kg lood in de neus.
Het had toen 5114 starts gemaakt en 790 uur gevlogen.
Begin
1971 ging het in eigendom over naar de ZC Eindhovensche Studenten (ZES) het had
toen 6737 start gemaakt.
Op
11-2-1972 werd hij voor het laatst gekeurd door de heer Wiertz. Het had toen
6993 starts gemaakt en het woog inmiddels 178 kg Afgeschreven na een kraak door Frans Potters in
Lemelerveld op 15.06.72 die het vliegtuigje bij een clubkampvuur heeft
opgestookt. De inschrijving werd op 06.11.72 doorgehaald.
PH-217
Grunau
Baby IIb gebouwd door A. Schleicher onder WN 96. Op 05-08-1955 werd dit
vliegtuig afgeleverd aan de KNVvL, die het verhuurde aan de Zuidhollandse
Vliegclub. Op woensdag 25 april 1962 vloog het bij het overvliegen naar het
driehoekige stripje voor de hangaar op Terlet tegen de KA6 PH261. Het
resulteerde in het afschrijven van de PH-217 en een fikse reparatie aan de KA6
Op 01-09-1964 werd de inschrijving doorgehaald.
PH-218
Grunau
Baby IIb gebouwd bij Schleicher. Wn. 97. “Fertig Prüfung am 14.6.1955” door
Ing W. Gilges PfL 21 (Prüfstelle für Luftfahrtzeuge) De eigenaar was de KNVvL
te s’Gravenhage.
De eerste vluchten waren op 4 september 1955, waar hij
werd ingezet op Terlet en had na één jaar vliegen 1242 starts gemaakt en 159
uur en 18 minuten gevlogen.
De
eerste overland was op 23 april 1956: "geland bij Nijmegen"stond er
bij 'bijzonderheden'. Een jaar later, op 6 april 1957 ging Kraack overland naar
Elst, (15km). 17 april 1957 was Cornelissen niet zo fortuinlijk bij de landing
toen hij overland ging en landde bij Oldenmarkt. Het toestel ging het
prikkeldraad in, vleugeltip, stijl en kap beschadigd. "De vlieger was aan
het gezicht gekwetst". Op 11-7-57 was hij alweer topfit want met een
afstand van 45 km landde hij te Holten zonder schade.
Begin
1957 werd het vliegtuig opnieuw bekleed en spelingvrij gemaakt waarbij nieuwe
riemen werden gemonteerd het had toen 1973 starts gemaakt en 266 uur gevlogen.
Verdere
overlands: 26-6-57 Kok overland naar Angelslo (28 km), 14-7-57 Dessing naar
Loenen (7km), 20-7-57 Klemna naar Apeldoorn (17km), 3-8-57 Annemieke Koch vloog
in 2 uur en 36 minuten naar Wijbosch (55km).
Op
17-7-58 landde een onbekende vlieger op het dak van een auto. De romp was
gebroken. De reparatie werd uitgevoerd door de CW Terlet.
Op
25 oktober 1959 was schade gemeld. Oorzaak van de beschadiging: “Omwaaien”.
Een flinke schade. Rompvoorstuk tot aan spant 2 geheel vernieuwd, kielvlak div.
ribben vernieuwd, torsieneus rechter vleugel van rib 19 - 22 vernieuwd en
bodemtriplex van de romp bij spant 14-15 vervangen.
In
juli had het toestel ook al een flinke reparatie achter de rug nl.
rechtervleugel ± 2 m vanaf de tip gebroken. Richtingsroer praktisch vernieuwd
evenals het stabilo en hoogteroer. Het was op 7-7-59 gekraakt bij een overland
naar Wehl, de vlieger was W.J.Minten
Tot
3-2-1962 vloog het afwisselend bij de GeZC en het zweefvliegcentrum Terlet.
In
1962 ging het vliegtuig, in huur, naar de ZC-NOP. Het had toen 4795 starts
gemaakt en 652 uur gevlogen en was 15x in de werkplaats geweest (op Terlet) voor
een belangrijke reparatie.
Het
eerste jaar vloog de ZC-NOP 77 uur met de Baby en maakte daarbij 855 starts.
Eind 1964 had het vliegtuig 6552 starts gemaakt en 816 uur en 48 minuten
gevlogen. Saillant detail bij de aanvraag verlenging: plaats waar het vliegtuig
ter inspectie gereed staat: “Zweefvliegterrein “de Voorst” Voorsterweg -
sleutel hangaar bij NLR Voorsterweg 31 N.O.P.” Om zeker te zijn dat dit niet
over het hoofd werd gezien werd dit tweemaal vermeld.
In
1969 ging het vliegtuig in eigendom over van de KNVvL naar de ZC-NOP. Wel was
het vliegtuig door alle reparaties
10 kg zwaarder geworden. (Gewogen door Paul de Rijk op 12-5-1969) Op 08.06.69
was het betrokken bij een ongeval op De Voorst. De landing was in de bomen. De
schade was zo groot dat hij werd afgeschreven ( Zie hfdst Breukstukje) De
inschrijving werd op 16.06.69 doorgehaald. Het vliegtuig heeft op de Voorst 4734
start gemaakt en 636 uur en 59 minuten gevlogen. Het totale aantal starts was
9248. Het aantal vlieguren was 1099 uur en 51 minuten.
PH-219
Grunau
Baby gebouwd bij Schleicher. WN 98. Ing W. Gilges deed de “Fertig prüfung”
op 27-6-1955. Dit toestel is ook aan de KNVvL geleverd. De huurder/houder werd
de ZC Volkel-Uden. Op 28 augustus 1955 maakte het z’n eerste start in
Nederland. In het eerste jaar vloog het 123 uur en 23 minuten en maakte hij 1217
starts.
Tot
zover ging het goed, buiten tweemaal een gebroken schaats, eigenlijk geen
noemenswaardige schaden.
De
toen komende vijf jaren ging het niet zo goed en het vliegtuig zou tot tweemaal
toe herbouwd moeten worden.
Op
16-6-1957 vloog het dat jaar voor het laatst. Het had toen 210 uur gevlogen bij
1968 starts. Op 31-12-1957 was de schade hersteld. (Schaderapport ontbreekt). De
romp was van neusklos tot spant 3 geheel vernieuwd. Spant 6 met daaraan
bevestigd triplex geheel vernieuwd. Romptriplex geheel vernieuwd. De
linkervleugel was bij de remkleppen gebroken. Remklep en kast vernieuwd en
hoofdligger gelast.
Slechts
31 maal ging het vliegtuig, begin 1958, de lucht in. Op 12.07.58 kwam een
windstoot op het moment dat de vlieger zich gereed maakte om in te stappen. Het
vliegtuig waaide om en de romp brak doormidden. Richtingsroer en stabilo
gekraakt en schade aan de bovenzijde van de vleugels.
In
de centrale werkplaats op Terlet werd de romp vanaf de achterzijde vleugels
vervangen, stabilo, richtingsroer en hoogteroer werden opnieuw opgebouwd en de
vleugels gerepareerd.
Op
5 oktober 1958 vloog het toestel weer en heeft die dag 35 starts gemaakt.
24
juli 1959, c cu, noordenwind 10-15 km. Het vliegtuig werd overgesleept van
Volkel naar Terlet. In de landing op Terlet raakte het “een klein boompje”
waardoor een getraverseerde landing volgde. Op 3 augustus was de schade weer
hersteld en werd het vliegtuig teruggesleept naar Volkel in 55 minuten.
Baanlampen,
op militaire vliegvelden, zijn een ramp voor zweefvliegers. Zij gebruiken ze
niet maar moeten ze toch ontwijken. Dit lukt niet altijd. Op 12 oktober 1958 te
16uur 17. kwam de romp tpv de ontkoppelhaak in aanraking met een baanlamp. De
schade werd in eigen werkplaats onder leiding van de heer Tj. Boersma
gerepareerd.
Op
8 augustus 1960 om 3 vóór 7 ging de vleugeltip de grond in bij de landing.
Volgens de opsteller van het schaderapport, de majoor S. de Roode, was reparatie
alleen op Terlet mogelijk. 28 mei 1961 was het vliegtuig weer inzetbaar voor de
club en vloog toen vrijwel schadevrij tot de fatale 5 augustus 1964 op De Peel.
Het
vliegtuig stortte neer doordat de piloot de heer J. A. G. van den Eertwegh onwel
werd door een acute galsteen aanval. Hij kwam hierbij om het leven. ( Zie hfdst
Breukstukje).
In
totaal heeft het vliegtuig 5132 starts gemaakt en 624 uur en 45 minuten
gevlogen. Overlandvluchten of andere prestaties zijn helaas niet vermeld in het
dagboek van het vliegtuig.
De
inschrijving werd op 01.09.64 doorgehaald.
PH-220
Grunau
Baby gebouwd bij Schleicher. WN 99. Te Poppenhausen werd op 23-6-1955 de
“Fertig prüfung” uitgevoerde door Ing W. Gilges. Het was de zwaarste Baby
uit deze serie nl. 163 kg. Dit toestel is aan de KNVvL geleverd en ging naar de
EZZC waar het op 28 augustus 1955 zijn eerste vlucht maakte.
Op
13 januari 1956 ging het toestel retour naar Terlet, het werd opgehaald door
Bosveld. Het had in twee maanden bij de EZZC 173 starts gemaakt en 16uur en 25
minuten gevlogen. De gesloten kap was er niet meer bij want die was op 18
september al platgereden door een Jeep.
In
maart 1956 ging het toestel naar de ZC Teuge.
Overlandvluchten
vanaf Teuge zijn gemaakt op:
Op
8-4-1956 door Franken naar Geesteren in 1 uur en 5 minuten;
Op
20-5-1956 door Blieck naar Holten;
Op
12-4-1957 door Lula naar Vorden in 1:07 uur;
Op
14-4-1957 door Bauling naar Mook in 1:17 uur;
op
14-7-1957 door Vulling naar Iharzt Dld in 5:02 uur.
Op
7 maart 1959 werd het toestel overgedragen door J. B. Bosman aan de TZC, Het
werd naar Twenthe gesleept door Loek in 40 minuten. Het toestel had toen 1872
starts gemaakt en 240 uur en 30 minuten gevlogen.
Overlandvluchten
vanaf Twenthe:
6-6-1959
door Hases naar Denekamp 13 km.
13-6-1959
door Getkate doelvlucht naar Venlo 111 km.
5-9-1959
door Blommenstein naar Loenen 62 km en behaalde hiermee z’n zilveren C.
6-9-1959
Renkema naar Zevenaar 68 km.
23-5-1960
Huigevoort vanaf Terlet naar Deventer 25 km.
24-5-1960
Huigevoort maakte een doelvlucht vanaf Terlet naar Borken, Dld, 70 km en
behaalde z’n zilveren C.
4-6-1960
vloog Getkate van Twenthe naar Teuge.
Op
15-8-1959 werd het vliegtuigje overgesleept van Volkel naar Twenthe. Boven Lent
bij Nijmegen schoot de sleepkabel los van de sleepkist. De Babyvlieger maakte
een geslaagde landing. Dezelfde dag werd het alsnog succesvol overgesleept naar
Twente.
Tijdens
de landing op 21-6-1959 raakte Peeters een zandhoop met de vleugeltip. De schade
was behoorlijk. Behalve de ondergording waren alle gordingen gebroken en de huid
tussen spant 2 en 4 gescheurd. Het is in de werkplaats op Twente gerepareerd
onder leiding van Renkema.
Mej.
van Zijtveld maakte op 6-6-1960 een “stuiklanding”. De romp was behoorlijk
vernield bij het 2e spant en het hoofdspant. Onder leiding van H. L.
G. (Bertus) van der Salm is hij gerepareerd bij “Houtbou Twenthe”. Op 3
augustus vloog hij weer.
Meerdere
schaden zijn er geweest maar er ontbreken de schaderapporten.
In
1963 ging het toestel terug naar Terlet waarna het werd verhuurd aan de ZC-NOP.
Het had toen 7275 starts gemaakt en 877 uur gevlogen.
In
1966 werd het vliegtuig gekocht door de Zweefclub Eindhovense Studenten, ze
noemden hem “Bultkrabbertje”. In de zomer van 1970 door Gretha Musters
definitief afgeschreven. Bij de laatste jaarinspectie bleek dat het gewicht door
alle reparaties aardig was toegenomen nl. 187,5 kg. De inschrijving werd op
28.01.72 doorgehaald.
PH-221
Grunau
Baby gebouwd bij Schleicher. WN 100. Dit toestel is ook aan de KNVvL geleverd.
Het ging op 17-08-1955 naar de Vereniging Zeeuwse Aeroclub. Kreeg op 07-05-1964
een ongeval op Haamstede, de inschrijving werd op 1 September 1964 doorgehaald.
[ index ] [ Omhoog ] [ Eigenbouw ] [ Fokker Baby's ] [ Het Begin ] [ Bauling Baby's ] [ Schleicher Baby's ] [ De Overlevenden ]
|